- Home
- Over CIO
Over CIO
Integriteit is een onderwerp dat al langere tijd en in toenemende mate in
de maatschappelijke belangstelling staat. Vooral ook van de overheid wordt
onberispelijk gedrag verwacht. Hoe kan immers het publieke vertrouwen in de
overheid bewaard blijven.
Om die reden voert de overheid een gericht integriteitsbeleid. Onderdeel van
dit integriteitsbeleid is een goed functionerende klokkenluidervoorziening.
De Commissie Integriteit Overheid (CIO), die in 2002 is opgericht, doet onafhankelijk
onderzoek naar (vermeende) misstanden binnen de rijksoverheid, defensie en
politie. Indien een ambtenaar een misstand heeft ontdekt of denkt ontdekt te
hebben, moet deze als eerste stap de leidinggevende op de hoogte stellen. Wanneer
de ambtenaar de indruk heeft dat de melding niet serieus genoeg wordt genomen
of is hij het niet eens met de wijze van afdoening, kan hij zich wenden tot
de Commissie Integriteit Overheid.
Het is en blijft de primaire verantwoordelijkheid van de werkgever om de melding
serieus te (doen) onderzoeken en vervolgens, indien aangewezen, passende maatregelen
te treffen. Zulke maatregelen kunnen bijvoorbeeld erop gericht zijn dat een
geconstateerde misstand wordt opgeheven en dat voorzieningen worden getroffen
om herhaling in de toekomst te voorkomen. Op die manier kan invulling worden
gegeven aan het ‘zelfreinigend vermogen’ van de organisatie.
Indien de interne procedure, naar de opvatting van melder, niet tot een bevredigend
resultaat leidt, kan deze zich wenden tot de CIO. In uitzonderlijke gevallen
kan de werknemer zich eventueel rechtstreeks tot de CIO wenden.
De CIO besluit of de melding tot een nader onderzoek moet leiden. In de regel
volgt een hoorzitting waarin de melder en de werkgever in elkaars aanwezigheid
hun standpunten over en weer toelichten. De CIO kan besluiten ter zitting getuigen
op te roepen. Op basis van het onderzoek neemt de CIO een standpunt in en verwoordt
dit in een advies aan de werkgever. De werkgever dient de CIO vervolgens te
informeren welk gevolg hij heeft gegeven aan het advies.
De Commissie heeft sinds haar bestaan enige tientallen meldingen onderzocht.
De CIO bestaat uit vier leden, waaronder de voorzitter en plaatsvervangend
voorzitter, en twee plaatsvervangende leden. De leden bekleden een hoofdfunctie
die maatschappelijk belang heeft.
Zij worden bij Koninklijk Besluit benoemd tot lid van de CIO, voor de duur
van zes jaar.
Ontstaan CIO
De Commissie integriteit overheid (CIO) is ingesteld bij Koninklijk Besluit van 3 februari 2006 (Staatsblad 2006, 130). De CIO is met ingang van 10 maart 2006 de Commissie integriteit rijksoverheid (CIR) opgevolgd, die vanaf 2001 heeft gefunctioneerd op basis van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties getroffen Regeling procedure betreffende het omgaan met een vermoeden van een misstand (Staatscourant 14 december 2000, nr. 243).Deze regeling is per 10 maart 2006 vervangen door een procedure voor het omgaan met een vermoeden van een misstand die gebaseerd is op een wijziging van de Ambtenarenwet, Militaire Ambtenarenwet en Politiewet 1993 (Staatsblad 2003, 60). Deze procedure is verankerd in een aantal rechtspositiereglementen die voor ambtenaren werkzaam in de sectoren Rijk, Defensie en Politie van toepassing zijn (Staatsblad 2006, 129). In de gewijzigde Ambtenarenwet is een verplichting tot het regelen van een zodanige procedure ook neergelegd bij het bevoegd gezag in de sectoren Provincies, Gemeenten en Waterschappen.
Per 1 januari 2010 is de regeling verruimd. Strekking is de toegang tot de CIO voor potentiële melders te vergemakkelijken en de CIO meer armslag te geven. In de nieuwe regeling zijn de criteria voor misstanden minder zwaar geformuleerd, is een beschermingsbepaling opgenomen. Ook is voorzien in een vorm van financiële compensatie.
