- Home
- Melden van een misstand – veelgestelde vragen
Melden van een misstand – veelgestelde vragen
Onderstaand vindt u een antwoord op veelgestelde vragen rondom het melden van een misstand. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan contact met ons op.
- Wat is een misstand?
- Wie kan een misstand melden?
- Wanneer is niet sprake van een misstand?
- Welke procedure geldt bij de melding van een vermoeden van een misstand?
- Wat doet de vertrouwenspersoon integriteit (VPI)?
- Wanneer kan ik melding doen bij de CIO?
- Hoe kan ik melden bij de CIO?
- Is een anonieme melding mogelijk?
- Is de vertrouwelijkheid bij een melding gewaarborgd?
- Hoe onderzoekt de CIO een melding?
- Is de CIO verplicht een onderzoek te doen?
- Wat gebeurt er na advisering door de CIO?
In het kader van het “Besluit melden misstand bij Rijk en Politie” (hierna
de regeling) wordt onder misstand verstaan dat er sprake is van:
een schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels; een gevaar voor
de gezondheid, de veiligheid of het milieu; een onbehoorlijke wijze van functioneren
die een gevaar vormt voor het goed functioneren van de openbare dienst of anders
gezegd, een dusdanig tekortschieten in de wijze van functioneren dat de integriteit
van de organisatie in gevaar kan komen. Het vermoeden van een misstand moet zijn
gebaseerd op redelijke gronden en op eigen waarneming. Dus geen verhalen van
horen zeggen. Of er sprake is van een misstand wordt van geval tot geval beoordeeld.
- De ambtenaar in dienst van de sector rijk, politie en defensie.
- De ambtenaar werkzaam bij een uitvoerende dienst of agentschap binnen een van deze sectoren.
- De medewerker in dienst bij een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) dat onder de Kaderwet ZBO valt en/of waarvoor in de instellingswet de rechtspositieregeling van het rijksoverheidspersoneel van overeenkomstige toepassing is verklaard.
- De (voormalige) ambtenaar of medewerker die nog geen twee jaar geleden uit dienst is.
- Andere bij hiervoor bedoelde organisaties werkzame personen (bijv. gedetacheerden).
Een melding kan ook betrekking hebben op een andere organisatie die onder de regeling valt en waarmee de melder in zijn/haar functie te maken heeft (gehad) en op die manier kennis heeft gekregen van een bij die organisatie vermoede misstand.
Niet kan melden in het kader van deze regeling:
- de medewerker van een provincie, gemeente of waterschap. Deze sectoren kennen eigen regelingen.
- de medewerker van een privaatrechtelijk ZBO of van een publiekrechtelijk ZBO, waarvoor in de instellingswet een andere rechtspositieregeling van toepassing is verklaard dan die geldt voor het rijksoverheidspersoneel.
Wanneer is niet sprake van een misstand?
Een rechtspositioneel conflict tussen de werkgever en de ambtenaar
is geen misstand. Daarvoor staan andere wegen open. Download
hier de voorgeschreven procedure voor rechtspositionele conflicten (pdf,
12 Kb).
Indien alleen sprake is van verhalen van horen zeggen.
Evenmin is deze procedure bedoeld voor het uiten van kritiek op wetten en (politieke)
beleidskeuzes.
Welke procedure geldt bij de melding van een vermoeden van een misstand?
De regeling kent een interne weg en een externe weg.
Interne weg
Uitgangspunt is dat misstanden of vermoedens daarvan eerst intern aan de orde behoren te worden gesteld. De ambtenaar doet de melding in beginsel bij de direct leidinggevende van de eigen organisatie. Indien de ambtenaar dit niet wenst, kan deze het vermoeden melden aan een hogere leidinggevende of aan de vertrouwenspersoon integriteit (VPI). Dit laatste kan vertrouwelijk. De organisatie wordt zo de mogelijkheid geboden om de vermoede misstand adequaat te onderzoeken en zo nodig orde op zaken te stellen.
Externe weg
- Als de melder het niet eens is met het besluit van het bevoegd gezag om af te zien van een onderzoek en verdere behandeling van de melding
- Als de melder het niet eens is met de uiteindelijke conclusie van het bevoegd gezag ten aanzien van de vermoede misstand
- Als de melder niet of niet tijdig het naar aanleiding van de melding door het bevoegd gezag ingenomen standpunt te horen krijgt of het bepalen van dit standpunt onredelijk lang wordt uitgesteld
- Als voldoende aanleiding bestaat tot het afzien van een interne melding (bijvoorbeeld de ambtenaar heeft gegronde redenen om te menen dat een interne melding niet veilig kan worden gedaan) kan een melding schriftelijk worden gedaan bij de (externe) Commissie integriteit overheid (CIO).
Wat doet de vertrouwenspersoon integriteit (VPI)?
De organisaties die onder deze regeling vallen beschikken over een vertrouwenspersoon integriteit (VPI). De VPI kan een belangrijke rol vervullen in het proces van en het adviseren over en eventueel doorgeleiden van een vermoeden van een misstand aan de (hoogste ambtelijk) leidinggevende van de organisatie. De VPI adviseert desgevraagd (potentiële) melders van vermoedens van misstanden. Daarnaast kan de VPI het bevoegd gezag en de hoogste ambtelijke leidinggevende informeren en advies geven over (de wijze van omgaan met) vermoedens van misstanden, niet alleen in het geval van een concrete melding maar ook over het te voeren integriteitsbeleid in het algemeen.
Wanneer kan ik melding doen bij de CIO?
Een externe meldingsprocedure bij de CIO staat open als:
- de melder zich niet kan vinden in het besluit van het bevoegd gezag om een onderzoek en verdere behandeling van de melding achterwege te laten
- de melder zich niet kan vinden in de uiteindelijke conclusie van het bevoegd ten aanzien van de vermoede misstand
- de melder niet of niet tijdig het naar aanleiding van de melding door het bevoegd gezag ingenomen standpunt te horen krijgt of het bepalen van dit standpunt onredelijk lang wordt uitgesteld
- voldoende aanleiding bestaat tot het afzien van een interne melding
Aan de rechtstreekse gang (buiten de eigen organisatie om) naar de CIO is de voorwaarde verbonden dat daarvan alleen gebruik kan worden gemaakt als daartoe voldoende aanleiding bestaat. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn als de hoogste ambtelijk leidinggevende mogelijk betrokken is bij de vermoede misstand. Of als het risico bestaat dat bewijsmateriaal verdwijnt. Het is aan de CIO om te beoordelen of de ambtenaar zich terecht rechtstreeks tot deze commissie heeft gewend of dat de ambtenaar de kwestie eerst intern binnen de eigen organisatie aan de orde moet stellen.
U kunt uw melding aan de CIO richten per post of per e-mail.
De melding omvat;
- uw naam en adres
- de organisatie (en het onderdeel daarvan) waar u werkzaam bent
- de organisatie (en het onderdeel daarvan) waarop de melding betrekking heeft
- waaruit de misstand bestaat
- op welke personen de melding betrekking heeft
- om welke periode het gaat
- de reden waarom u zich tot de CIO wendt (bij rechtstreekse melding toelichten waarom niet eerst de interne procedure is gevolgd)
- het besluit van het bevoegd gezag op uw interne melding.
U kunt voor uw melding gebruik maken van een formulier. Download hier het formulier als pdf (12 Kb) of het formulier in word (31 Kb).
Is een anonieme melding mogelijk?
Nee. De regeling voorziet niet in anonieme meldingen door ambtenaren. De reden is dat hiermee de transparantie en de integriteit van ambtelijke organisaties niet wordt vergroot. Anonieme telefonische melding van strafbare feiten en integriteitsschendingen door een ieder is mogelijk bij Meld Misdaad Anoniem (Meldpunt M). Het meldpunt zorgt ervoor dat meldingen over strafbare feiten bij de politie en andere opsporingsdiensten terecht komen. Meldingen over integriteitsschendingen worden doorgegeven aan de desbetreffende overheidsinstantie. Aangifte van strafbare feiten, in de zin van het Wetboek van Strafvordering, kan worden gedaan bij het Openbaar Ministerie.
Is de vertrouwelijkheid bij een melding gewaarborgd?
De vertrouwenspersoon integriteit (VPI) maakt de identiteit van de melder niet bekend als deze dat niet wil. Bij een interne melding (bij de eigen of een hogere leidinggevende) dient de leidinggevende zorgvuldig met de identiteit van de melder om te gaan. De identiteit mag niet verder bekend worden gemaakt dan noodzakelijk is voor de procedure rondom de melding. Zowel leidinggevende als VPI hebben hier een zorgplicht. Niet in alle gevallen kan de vertrouwelijkheid worden gegarandeerd. Denk aan de aangifteplicht bij ambtsmisdrijven. Ook vindt de geheimhouding geen toepassing als sprake is van een strafrechtelijk onderzoek.
Het voorgaande geldt eveneens voor een melding bij de CIO. Ook de CIO maakt de identiteit van de melder niet bekend als de melder dat niet wil. Bij een nader onderzoek door de CIO naar de melding kan de vertrouwelijkheid niet in alle gevallen worden gegarandeerd. Het nadere onderzoek en het daartoe inwinnen van verdere informatie kan, door de aard en de inhoud van de melding, met zich meebrengen dat deze is te herleiden tot de persoon van de melder. In beginsel worden de melder en het bevoegd gezag ook tegelijkertijd in een besloten hoorzitting gehoord.
Hoe onderzoekt de CIO een melding?
De CIO vraagt in de regel na de melding nadere informatie op. In eerste instantie kan dit gaan om aanvullende vragen aan de melder. Indien de melding geen nadere vragen oproept, vraagt de CIO een reactie op bij het bevoegd gezag van de organisatie waarop de melding betrekking heeft. Op basis van de stukken besluit de CIO vervolgens of er een hoorzitting moet worden gehouden. Voor deze zitting worden in beginsel zowel de melder als het bevoegd gezag uitgenodigd. De CIO kan ook getuigen horen. De CIO besluit op basis van het onderzoek of de melding, in zijn geheel of op onderdelen, gegrond of ongegrond is. De CIO stelt over de melding een advies op aan het bevoegd gezag. De melder ontvangt hiervan een afschrift.
Is de CIO verplicht een onderzoek te doen?
Nee. De CIO kan onderzoek ondermeer achterwege laten als:
- geen sprake is van een vermoeden van een misstand
- bij de melding niet de juiste procedure is gevolgd
- een voormalige ambtenaar de melding niet binnen een jaar na zijn/haar vertrek heeft gedaan
- sprake is van meldingen over kwesties in het verre verleden.
Wat gebeurt er na advisering door de CIO?
Na ontvangst van het advies van de CIO bepaalt het bevoegd gezag zijn standpunt hierover en stelt de CIO en de melder daarvan schriftelijk in kennis. Als het bevoegd gezag daarbij afwijkt van het advies, moeten de redenen voor afwijking gemotiveerd worden. De CIO en het bevoegd gezag maken in beginsel hun advies respectievelijk standpunt geanonimiseerd openbaar, tenzij zwaarwegende redenen hieraan in de weg staan.
