Commissie Integriteit Overheid

Ga naar hoofdmenu / zoekveld.

  1. Home 
  2. Klokkenluidersregeling 
  3. Rechtsbescherming en financiële tegemoetkoming

Rechtsbescherming en financiële tegemoetkoming


Onderstaande geldt op overeenkomstige wijze voor de (gewezen) vertrouwenspersoon die als gevolg van de uitoefening van aan die functie verbonden taken nadelige gevolgen in zijn rechtpositie ondervindt
Rechtsbescherming algemeen Betrouwbaar en integer handelen zijn essentieel voor het goed functioneren van de overheid en de organisaties die daarvan deel uitmaken. Misstanden doen hieraan afbreuk. Zij knagen aan de geloofwaardigheid en brengen het draagvlak voor het beleid en handelen van de overheid in het geding. Om die reden moeten misstanden zoveel mogelijk worden voorkomen. Indien zij zich onverhoopt toch voordoen, dienen ze zo spoedig mogelijk te worden beëindigd. Om die reden is het belangrijk dat ambtenaren vermoedens van misstanden bij overheidsorganisaties kunnen aankaarten zonder dat zij daarvan nadelen ondervinden. De algemene wettelijke basis hiervoor is neergelegd in artikel 125quinquies, derde lid, Ambtenarenwet en artikel 50, derde lid, Politiewet 1993.
Deze artikelen bepalen dat een ambtenaar die te goeder trouw een vermoeden van een misstand meldt, niet mag worden benadeeld in zijn rechtspositie. Daarnaast wordt gewezen op artikel 125quater Ambtenarenwet, waarin op de werkgever de verplichting rust tot het voeren van een integriteitsbeleid, dat gericht is op het bevorderen van goed ambtelijk handelen, integriteitsbewustzijn en het voorkomen van misbruik van bevoegdheden, belangenverstrengeling en discriminatie. Behalve rechtspositioneel mag de ambtenaar evenmin op andere wijze in zijn functioneren hinder ondervinden van zijn melding. Stel dat de ambtenaar wegens zijn melding door collega’s of op een andere manier binnen de organisatie onheus zou worden behandeld, mag op grond van het beginsel van “goed werkgeverschap”, als neergelegd in artikel 125ter Ambtenarenwet, worden verwacht dat de werkgever daartegen corrigerend optreedt. Daarnaast is de werkgever op basis van artikel 3, tweede lid, Arbeidsomstandighedenwet in z’n algemeenheid verplicht een beleid te voeren dat is gericht op het voorkomen en beperken van psychosociale belasting van werknemers. Onder psychosociale belasting worden begrepen vormen van verbaal en/of fysiek pesten, agressie of geweld, seksuele intimidatie, die bij de werknemer stress veroorzaken. Dergelijke zaken zijn binnen een arbeidssituatie niet acceptabel.
Bescherming rechtspositie Bij de evaluatie van de vorige klokkenluidersregeling is gebleken dat in de praktijk behoefte bestaat aan het concretiseren van de bovengenoemde algemene beschermingsbepalingen ten aanzien van de rechtspositie van de meldende ambtenaar. Gelet daarop is in artikel 2, lid 3, aangegeven welke (voor)genomen rechtspositionele besluiten in ieder geval onder de beschermende werking van dit artikel (en de algemene beschermingsbepalingen) vallen. Uit de woorden “in ieder geval” volgt dat het niet om een uitputtende opsomming gaat en dat ook nog andere rechtspositionele besluiten van voldoende gewicht onder deze beschermingsbepaling zouden kunnen vallen. Deze rechtspositionele bescherming betekent overigens niet dat zulke besluiten niet meer ten aanzien van een meldende ambtenaar kunnen worden getroffen. Dit mag alleen niet indien en voor zover een dergelijk besluit verband houdt met een melding van een vermoeden van een misstand.
Rechtspositionele besluiten die (in ieder geval) onder de bescherming vallen In artikel 2, derde lid, van de regeling worden besluiten genoemd die zijn gericht op het:
  • verlenen van ontslag, anders dan op eigen verzoek
  • tussentijds beëindigen of het niet verlengen van de aanstelling in tijdelijke dienst
  • niet omzetten van de aanstelling in tijdelijke dienst voor een proeftijd in een aanstelling in vaste dienst
  • verplaatsen of overplaatsen of het weigeren van een verzoek daartoe
  • treffen van een ordemaatregel
  • treffen van een disciplinaire maatregel
  • onthouden van salarisverhoging
  • onthouden van promotiekansen
  • afwijzen van verlof

Financiële tegemoetkoming in proceskosten rechtspositionele procedures Zoals aangegeven is het belangrijk dat ambtenaren (te goeder trouw) vermoedens van misstanden kunnen aankaarten zonder dat zij hiervan nadelige gevolgen ondervinden. Zo’n nadelig gevolg zou eventueel kunnen zijn dat de ambtenaar na zijn melding wordt geconfronteerd met een (voorgenomen) rechtspositioneel besluit als hierboven genoemd, dat volgens hem te maken heeft met het doen van zijn melding. In dat geval is het belangrijk dat er voor de ambtenaar geen financiële drempels bestaan om een dergelijk (voorgenomen) besluit te kunnen aanvechten. Om die reden is in Hoofdstuk 4 van de regeling opgenomen dat de ambtenaar een financiële tegemoetkoming in de kosten van zulke rechtspositionele procedures kan krijgen. Hierbij gaat het om procedures als:
  • het indienen van een zienswijze in reactie op een voornemen van het bevoegd gezag tot het treffen van een rechtspositioneel besluit
  • het voeren van een bezwaarschriftprocedure tegen het genomen besluit
  • het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter van de rechtbank
  • het instellen van beroep bij de rechtbank tegen de genomen beslissing op het bezwaar;
  • het instellen van hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep tegen de uitspraak in de beroepsprocedure.

Waar verzoek indienen, welke voorwaarden en wanneer beslissing De ambtenaar moet de tegemoetkoming schriftelijk aanvragen bij het bevoegd gezag van de organisatie waar hij werkzaam is. De ambtenaar moet aan het begin van de rechtspositionele procedure aanvoeren dat de procedure verband houdt met zijn melding. De aanvraag moet worden ingediend voordat de rechtspositionele procedure waarop de aanvraag betrekking heeft is geëindigd. De aanvraag kan worden ingediend ten aanzien van procedures over rechtspositionele besluiten die binnen vijf jaar nadat de desbetreffende melding is gedaan zijn genomen. Het bevoegd gezag beslist in beginsel binnen zes weken op het verzoek en kan deze termijn eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen.
Welke kosten en welke tegemoetkoming Het moet gaan om gemaakte kosten in verband met professionele rechtsbijstand door een derde (bijvoorbeeld een advocaat) of kosten van de eigen bijdrage ten behoeve van rechtsbijstand. Het gaat om een vaste tegemoetkoming vooraf die onafhankelijk is van de uitkomst van de rechtspositionele procedure en die apart geldt voor iedere hierboven onderscheiden procedure. De tegemoetkoming bedraagt € 644,-- per aparte procedure (niveau 2009).
Hogere tegemoetkoming bij herroeping of vernietiging besluit De ambtenaar heeft aanspraak op een hogere tegemoetkoming in gemaakte kosten indien het (voorgenomen) besluit:
  • na het indienen van zijn zienswijze of in de bezwaarschriftprocedure wordt herroepen door een onrechtmatigheid die aan het bevoegd gezag te wijten is
  • door een onherroepelijke uitspraak van de rechter wordt vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen niet in stand worden gelaten.
In dat geval heeft de ambtenaar aanspraak op vergoeding van alle in redelijkheid gemaakte proceskosten. Daarbij geldt voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand een maximumvergoeding van € 200,-- per uur tot in totaal een bedrag van € 5.000,-- (excl. btw en kantoorkosten).
Verrekening met andere vergoedingen en wanneer terugbetaling Eventuele vergoedingen voor de onderhavige proceskosten die de ambtenaar op ander wijze heeft genoten worden op de tegemoetkoming in mindering gebracht. Het bevoegd gezag kan de reeds ontvangen tegemoetkoming van de ambtenaar terugvorderen indiende ambtenaar de procedure stopzet voordat een beslissing is gevallen of indien achteraf blijkt dat hij de kosten niet daadwerkelijk heeft gemaakt. Desgevraagd moeten bewijsstukken van gemaakte kosten worden overgelegd.
Eventuele andere vergoedingsmogelijkheden bij (im)materiële schade als gevolg van een hierboven genoemd rechtspositioneel besluit Indien de ambtenaar in de beroepsprocedure in het gelijk wordt gesteld, kan hij de rechtbank verzoeken het bevoegd gezag te veroordelen tot het vergoeden van de door hem als gevolg van het onrechtmatig gebleken besluit geleden schade (artikel 8:73 Algemene wet bestuursrecht). Indien de omvang van de schade nog niet kan worden vastgesteld of als nog besprekingen plaatsvinden over mogelijke oplossingen, kan de ambtenaar er ook voor kiezen om op een later tijdstip een schadeclaim in te dienen. Dit kan de ambtenaar doen door hetzij een zogenaamd zelfstandig schadebesluit uit te lokken, dan wel een procedure op grond van onrechtmatige daad bij de burgerlijke rechter te starten. Indien de ambtenaar niet zozeer het besluit op zich zelf wil aanvechten maar wel van mening is dat de gevolgen ervan voor hem onevenredig groot zijn, kan hij in de beroepsprocedure bij de rechtbank ook aanvoeren dat het besluit niet had mogen worden genomen zonder hem daarbij voldoende schadevergoeding aan te bieden (artikel 3:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht). Dit kan het geval zijn indien de ambtenaar (vrijwel) niets maar het bevoegd gezag juist veel valt te verwijten.
  CIO | Lange Voorhout 13 | 2514 EA Den Haag | T 070 3765 721 | info@commissieintegriteitoverheid.nl

   Disclaimer                                                               De CIO is ingesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en wordt ondersteund door het CAOP

Servicemenu