- Home
- Klokkenluidersregeling
- Interne melding
Interne melding
De ambtenaar doet de melding in beginsel bij de direct leidinggevende van de eigen organisatie. De ambtenaar die dit niet wenst, kan het vermoeden melden aan een hogere leidinggevende of aan de vertrouwenspersoon. Als de melding betrekking heeft op een andere organisatie, dan doet de ambtenaar de melding bij een leidinggevende of VPI bij die organisatie. Hetzelfde geldt voor gewezen ambtenaren, door wie de melding bij voorkeur wordt gedaan bij de voormalige direct leidinggevende. Uitgangspunt bij het melden door een ambtenaar van een vermoeden van een misstand is dat de ambtenaar de melding doet bij de organisatie waar de vermoede misstand zich afspeelt. Zo wordt de organisatie de mogelijkheid geboden de vermoede misstand adequaat te behandelen en orde op zaken te stellen. Als de melder zich niet kan vinden in de uiteindelijke conclusie van de organisatie ten aanzien van de vermoede misstand, de melder niet of niet tijdig het standpunt van de werkgever te horen krijgt of zwaarwegende redenen in de weg staan aan een interne melding, dan staat een externe procedure open van melding bij de CIO. Dit doet niet af aan het uitgangspunt dat misstanden of vermoedens daarvan eerst intern aan de orde behoren te worden gesteld, zoals hierboven aangegeven. Daarom is aan de rechtstreekse gang naar de commissie een voorwaarde verbonden. Die houdt in dat alleen gebruik kan worden gemaakt van de directe externe weg indien zwaarwegende redenen in de weg staan aan een interne melding. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als de hoogste ambtelijke leidinggevende mogelijk betrokken is bij de vermoede misstand. Het is aan de commissie om te oordelen of de ambtenaar zich terecht rechtstreeks tot commissie heeft gewend of dat de ambtenaar de kwestie eerst alsnog intern aanhangig dient te maken Of de ambtenaar in voorkomend geval uit hoofde van goed ambtenaarschap gehouden is om melding te maken van een vermoeden van een misstand, of anders gezegd zich niet schuldig maakt aan plichtsverzuim, moet per situatie worden beoordeeld. Daarnaast doet dit besluit uiteraard niet af aan de plicht van de ambtenaar om, als hij kennis heeft van een misdrijf als bedoeld in artikel 162 WvSv, daarvan aangifte te doen. Dit geldt ook voor andere soortgelijke wettelijke plichten, zoals bijvoorbeeld vervat in de artikelen 152, 156 en 157 WvSv voor ambtenaren die zijn belast met de opsporing van strafbare feiten. Met het opsporen, vervolgen en berechten van strafbare feiten wordt immers een ander doel gediend dan met het onderzoeken en wegnemen van misstanden in de organisatie.
