Commissie Integriteit Overheid

Ga naar hoofdmenu / zoekveld.

  1. Home 
  2. Klokkenluidersregeling 
  3. Criteria voor misstanden

Criteria voor misstanden


Een vermoeden van een misstand is een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van:
  • een schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels
  • een gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu
  • een onbehoorlijke wijze van functioneren die een gevaar vormt voor het goed functioneren van de openbare dienst
bij de organisatie waarin de melder werkt of heeft gewerkt of bij een andere organisatie indien hij uit de hoedanigheid van zijn ambtenaarschap met die organisatie in aanraking is gekomen en kennis heeft gekregen van de misstand. De in dit besluit opgenomen betrekkelijk zware procedure, waarbij ook een beroep kan worden gedaan op een onafhankelijke commissie, is bedoeld voor het aan de orde stellen van misstanden die van voldoende gewicht zijn en niet voor schendingen van lichte aard. Dit vloeit al voort uit het woord misstand dat gelijk staat aan “wantoestand” of “maatschappelijk onrecht”. Het vermoeden moet op “redelijke gronden” zijn gebaseerd. Als direct duidelijk is dat daarvan geen sprake is en de melding daarmee kennelijk ongegrond is, is nadere inhoudelijke behandeling of onderzoek niet aan de orde Het begrip misstand wordt onderscheiden naar een schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels, een gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu, en een onbehoorlijke wijze van functioneren die een gevaar vormt voor het goed functioneren van de openbare dienst. Verdere definiëring is achterwege gelaten om geen onnodige drempels op te werpen voor potentiële melders. Een schending van wettelijke voorschriften kan tevens een strafbaar feit opleveren. In geval het hierbij gaat om een misdrijf of een ernstige overtreding geldt ook een verplichting tot aangifte (zie de artikelen 160 en 162 van het Wetboek van Strafvordering), terwijl in andere gevallen een bevoegdheid tot het doen van aangifte bestaat. Het ligt op de weg van de ambtenaar om, als het vermoeden van een misstand tevens een verdenking van een strafbaar feit oplevert, bij de melding van het vermoeden van een misstand te melden of hij aangifte heeft gedaan. De organisatie weet dan dat er wellicht een justitieel onderzoek gaat plaatsvinden of dat er nog aangifte moet worden gedaan. Is nog geen aangifte gedaan, dan ligt het voor de hand dat deze geschiedt door tussenkomst van het bevoegde gezag van de ambtenaar. De aangifteplicht blijft in beginsel rusten op de melder. Deze zal er zich op enig moment van moeten vergewissen dat het bevoegde gezag daadwerkelijk aangifte heeft gedaan. Tot slot dient bij het verrichten van intern onderzoek zoveel mogelijk rekening te worden gehouden met een strafrechtelijk onderzoek naar de betreffende misstanden. Het verrichten van intern onderzoek mag het instellen van een strafrechtelijk onderzoek niet vertragen. Ter voorkoming hiervan is aangewezen dat het bevoegde gezag zo spoedig mogelijk, vooruitlopend op een eventuele aangifte op grond van artikel 162 Sv, in overleg treedt met de officier van justitie. Het belang van de kwalificatie “gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu” zit er vooral in dat dergelijk gevaar niet per definitie het gevolg behoeft te zijn van of zich openbaart als een schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels, dan wel een onbehoorlijke wijze van functioneren. Ook in dat geval is sprake van een misstand die gemeld moet worden. Gevaarzetting die een wettelijke rechtvaardiging heeft, zoals de uitzending van militairen naar risicogebieden, of die voortvloeit uit de functie, zoals bijvoorbeeld voor brandweer en politie geldt, kan vanzelfsprekend niet als een misstand worden gekwalificeerd. Van een misstand kan bijvoorbeeld wel sprake zijn als bij de bedrijfsvoering bewust milieuvoorschriften worden overtreden of als structurele gebreken in de inspectie van risico-objecten ernstige gevaren oplevert voor personen. Onder een onbehoorlijke wijze van functioneren kunnen tal van zaken vallen. Het gaat hierbij uitdrukkelijk niet om eventuele tekortkomingen in het primaire functioneren van een ambtenaar, zoals structureel te laat komen, de kantjes ervan af lopen, het maken van kopieën voor privédoeleinden en dergelijke; deze tekortkomingen raken het algemeen belang niet en dienen langs andere wegen te worden gecorrigeerd. De omschrijving doelt op een tekortschieten in de wijze van functioneren die de integriteit van de organisatie als zodanig in gevaar kan brengen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan grootschalige fraude (op zichzelf tevens een schending van wettelijke voorschriften) of het achterhouden van belangrijke informatie of bewust verkeerde informatie verschaffen. De procedure is niet bestemd voor kritiek op politieke beleidskeuzes, om te ageren tegen wetten of het melden van verhalen van horen zeggen. Ook rechtspositionele conflicten tussen de overheid als werkgever en de ambtenaar als werknemer zijn niet aan te merken als (vermoedelijke) misstanden. Daarvoor bestaan reguliere rechtsmiddelen zoals het indienen van een bezwaarschrift en het instellen van beroep bij de bestuursrechter op basis van de Algemene wet bestuursrecht. Het besluit regelt overigens wel voorzieningen ten behoeve van de bescherming van degene die een vermoeden van een misstand heeft gemeld tegen benadeling. De ambtenaar kan met gebruikmaking van deze procedure ook een melding doen over een andere overheidsorganisatie voor zover deze onderdeel uitmaakt van de sectoren waarop dit besluit van toepassing is. Het toepassingsbereik van dit besluit (ambtenaren, ambtelijke organisaties) brengt de voorwaarde met zich mee dat de ambtenaar uit hoofde van zijn taakuitoefening zicht moet hebben of hebben gehad op de vermoede misstand doordat hij met de bewuste organisatie samenwerkt of heeft samengewerkt. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de gedetacheerde ambtenaren. Voor zover dit besluit niet voorziet in bepaalde situaties, kan de desbetreffende persoon het vermoeden van een misstand altijd op andere manieren onder de aandacht van het bevoegd gezag brengen. Een ruime opvatting van goed werkgeverschap rechtvaardigt dat ook voor personen die anders dan als ambtenaar werkzaam zijn binnen de genoemde sectoren, zoals uitzendkrachten en ingehuurde externen, de mogelijkheid wordt gecreëerd om met gebruikmaking van de in dit besluit opgenomen procedure melding te maken van vermoedens van misstanden. Nu hiervoor op dit moment een formeelwettelijke basis ontbreekt, kan het desbetreffend bevoegd gezag daartoe bij overeenkomst, bijvoorbeeld in het inhuurcontract, de meldprocedure van overeenkomstige toepassing verklaren.
  CIO | Lange Voorhout 13 | 2514 EA Den Haag | T 070 3765 721 | info@commissieintegriteitoverheid.nl

   Disclaimer                                                               De CIO is ingesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en wordt ondersteund door het CAOP

Servicemenu